Zuster Meijboom en haar modelziekenhuis

Rond 1900 is het niet gebruikelijk dat ‘beschaafde’ vrouwen buitenshuis werken. Frederika Meijboom moet dan ook heel wat weerstand overwinnen om verpleegster te worden. Ze zet zich een leven lang in voor een professionele en prettige ziekenhuisomgeving, onder meer in het Bergwegziekenhuis in Rotterdam.

Het ontstaan van het ziekenhuis nieuwe stijl

Portret van Frederika Meijboom (1871-1971), de eerste adjunct-directrice van het Bergwegziekenhuis. Collectie 4031, nr. P-021297-01
Portret van Frederique Meyboom (1871-1971), de eerste adjunct-directrice van het Bergwegziekenhuis. Collectie 4031, nr. P-021297-01

Vanaf de middeleeuwen fungeren gasthuizen of ziekenhuizen vooral om arme zieke mensen op te vangen. Het zijn meestal geen fijne plekken. Er is nog weinig bekend over ziektes, behandelingen en hygiëne. De zaalmeiden en – knechten zijn ongeschoold en werken er alleen om de kost te verdienen. 

Pas in de 2e helft van de 19e eeuw ontstaat het ziekenhuis nieuwe stijl. Een behandelinstituut waar - mannelijke – artsen langskomen om te opereren. Verpleegsters zwaaien er de dagelijkse scepter. Zij zorgen voor rust en regelmaat, maken schoon en assisteren de dokter. 

Frederika Meijboom (1871-1971) is één van de vrouwen die het ziekenhuis als behandelinstituut helpt vormgeven. In 1908 wordt zij adjunct-directrice van het nieuwe Bergwegziekenhuis in Rotterdam.

Leeg en nutteloos

Frederika Meijboom wordt in 1871 geboren in Rotterdam. Haar vader is officier gezondheidszorg bij de marine. Fré wordt, als jonge vrouw van goede komaf, niet geacht betaald werk te zoeken. Even geniet ze van het uitgaansleven, maar al snel vindt ze haar leven leeg en nutteloos. Tot ze merkt dat je als vrouw ook zélf iets kan ondernemen: 

‘Ik zocht, ik hunkerde naar iets waaraan ik toen geen naam zou hebben kunnen geven. Er hing iets in de lucht. (…) Vrouwen die haar stem lieten horen, die opkwamen voor ‘vrouwenrechten’. Had men ooit ter wereld zoiets ongehoords en verbijsterends vernomen! (…) Stel je voor: opstaan tegen de mannen, ongehoorzaam zijn. Zélf iets willen.’ 

Als ze via een vriendin op de Haagse Polikliniek kan komen werken, grijpt ze die kans met beide handen aan, ondanks weerstand bij haar ouders. In 1897 begint ze met de verpleegstersopleiding in het Amsterdamse Burgerziekenhuis. 

‘Een hel’ van een opleiding

Voor Fré, die het beroep van verpleegster als een soort roeping ziet, wordt de ervaring in het Burgerziekenhuis meer dan een koude douche. ‘Een hel’, zo omschrijft ze het zelf. Onrechtvaardigheid en machtsmisbruik zijn aan de orde van de dag. En de opleiding bestaat er voor een deel uit dat je maar ‘gehard’ moet raken. Bijvoorbeeld door als jonge zuster in je eentje nachtdiensten te draaien met allerlei patiënten door elkaar, van psychotische tot terminale patiënten. Deze ervaringen leiden bij haar tot de overtuiging dat verpleegsters veel beter en vooral ook op een menselijker manier opgeleid moeten worden.

In 1899 vertrekt Fré bij het Burgerziekenhuis. Vrijwel meteen kan ze aan de slag bij het Gemeenteziekenhuis in Den Haag. Daar treft ze een begripvolle directrice en een betere sfeer. Maar de behuizing van de verpleegsters, het eten, de werktijden en de sociale en hygiënische omstandigheden laten ook daar te wensen over: 

‘(…) wat denkt u van maatglazen die zowel voor melk voor de zuigflessen van de baby’s gebruikt werden als voor het opnemen van urine van nierpatiënten? Daar hoef ik niet aan toe te voegen, dat van uitkoken in die tijd geen sprake was.’ 

Directrice met een missie

Fré maakt snel carrière: in Den Haag wordt ze afdelingshoofd, in 1902 wordt ze directrice van een klein ziekenhuis in Zutphen en 2 jaar later van een ziekenhuis in Dordrecht. Overal waar ze werkt ijvert ze voor een betere hygiëne, goede voeding voor de patiënten en betere werkomstandigheden en een betere opleiding voor de verpleegsters. Ook is ze rond 1900 betrokken bij de oprichting van Nosokomos, de Nederlandsche Vereeniging tot Bevordering der Belangen van Verpleegsters en Verplegers. 

Burgemeester Zimmerman van Dordrecht is zeer van haar gecharmeerd, en als hij zelf burgervader wordt in Rotterdam verzoekt hij haar te solliciteren als directrice van het nieuwe Bergwegziekenhuis. Eigenlijk wil Meijboom dat niet. De artsen in Rotterdam staan niet bekend als erg vriendelijk voor zusters, en ‘het Bergweg’ zal altijd de 2e plaats innemen na het Coolsingelziekenhuis. Dat bestaat al sinds 1851 en is daarmee een van de eerste professionele ziekenhuizen, met internationaal aanzien. Toch zwicht Meijboom voor Zimmerman en in maart 1908 begint ze bij het Bergwegziekenhuis. (tekst loopt door onder de afbeeldingen)

Modelziekenhuis met de beste zusters

In krap 2 maanden regelt ze alles om van het gebouw een echt ziekenhuis te maken: personeel aannemen, bedden en ander meubilair aanschaffen, en zorgen voor verband en linnengoed. Op 1 mei, de dag van de opening, ziet alles er vriendelijk en fleurig uit en staan overal bloemen. Meijboom wil er een modelziekenhuis van maken met ‘de beste zusters die maar te krijgen waren, beschaafde meisjes met een behoorlijke ontwikkeling’

Dat zorgen voor voldoende goed personeel is niet altijd makkelijk. Al in 1908 is er een tekort aan verplegend personeel. Van de vele meisjes die solliciteren als leerling-verpleegster zijn er maar 15 geschikt, en de meesten van hen zijn volledig ongeschoold.  Een ander probleem is dat verpleegsters, eenmaal volledig opgeleid, vaak vertrekken naar de particuliere verpleging. Dat probleem, zo concludeert het bestuur, kan alleen worden opgelost door salarisverhoging voor de ziekenhuiszusters. 
In 1918 ontstaat er weer een acuut tekort aan personeel, omdat dan de 8-urige werkweek wordt ingevoerd. Voor die tijd werkte men vaak wel 12 tot 16 uur per dag, een flink verschil. 

Altijd op de tweede plek

Meijboom heeft al met al goede jaren in het Bergwegziekenhuis. Het enige nadeel is dat ze de geneesheer-directeur moet delen met het Coolsingelziekenhuis. ‘(…) ik heb gevochten om vrij te komen van die Coolsingel, als tegen een medeminnares. (…) Altijd was ‘de Coolsingel’ nummer 1.’ Het is zelfs zó erg, dat het Bergweg vaak ‘hulpziekenhuis’ wordt genoemd. Meijboom stuurt de post die op deze wijze is geadresseerd, zonder pardon terug. 

Ook de artsen ergeren zich aan de positie van het ziekenhuis. De ernstig zieke patiënten en interessante operaties gaan allemaal naar ‘de Coolsingel’.  ‘Het was heel moeilijk oproeien tegen de stroom van lusteloosheid en onverschilligheid die zich langzamerhand van ieder van ons meester ging maken.’ Ook het gebouw voldoet totaal niet, met een veel te klein keukentje, ongunstig gelegen ziekenzalen en nauwelijks ventilatie. Heel frustrerend, vindt Meijboom. Ze verzucht: ‘Had men maar meteen een nieuw praktisch en modern ziekenhuis neergezet! Het zou waarschijnlijk minder kostbaar geweest zijn dan de eeuwige verbouwingen.’

Om de moraal wat op te vijzelen zorgt Meijboom er onder meer voor dat er meer afwisseling komt in de dagelijkse maaltijden voor patiënten en personeel. Ook organiseert ze feestjes als verpleegsters voor hun examen slagen, met diners, voorstellingen, cadeaus en muziek. 
In 1912 komt er langzamerhand een splitsing tussen de twee ziekenhuizen, die in 1918 wordt geformaliseerd. Het Bergwegziekenhuis krijgt een eigen geneesheer-directeur en een eigen apotheek. 

Met pensioen maar altijd actief

In 1926 gaat ze met pensioen. Na 18 jaar Bergweg valt het afscheid haar zwaar. De geneesheer-directeur zwaait haar veel lof toe. ‘Het is mede aan u te danken dat de wet tot bescherming van het verpleegstersdiploma er is gekomen.(…) Gevochten hebt gij voor de verkrijging van technisch goed ontwikkelde zusters.’

Na haar pensionering blijft ze op veel fronten actief. Ze geeft cursussen en lezingen over verpleging, zit in besturen en schrijft boeken. Uiteindelijk wordt ze 100 jaar. Een paar maanden voor haar overlijden, in maart 1971, geeft ze nog een tv-interview aan de NCRV. Daar komen meer dan 500 reacties op van vooral dankbare oud-leerlingen en - patiënten. 

Sinds 1993 is er de Zr. Meijboomhof in het Liskwartier in Rotterdam. 
 

De citaten zijn afkomstig uit het boek ‘Dienend in het wit’, door Mimi Rijpstra-Verbeek, de (auto)biografie van Meijboom. Meer informatie over de beginjaren van het Bergwegziekenhuis is te vinden in het archief van de Commissie van Administratie voor de Gemeenteziekenhuizen te Rotterdam (toegang 94).

Vrouwenjaaractiviteiten elders in de stad

Meer weten over activiteiten in de stad in het kader van het vrouwenjaar? Ga dan naar de website Vrouwen van Rotterdam.

Naar de website